Ik staar naar de jongen tegenover mij. Hij kijkt ongelukkig, de blik in zijn ogen is leeg. Zijn raven zwarte haren hangen slap langs zijn gezicht. Ik trek de spiegel van de muur, en smijt hem op de grond. De scherven verspreiden zich over de vloer van de badkamer. Ik pak een scherf op en trek hem over de huid van mijn borstkas. Een bloederig spoor na latend. De tranen rollen over mijn wangen. Ik kijk de badkamer rond, mijn blik vertroebeld door de vele tranen die ik net gehuild heb. Ik voel me dood van binnen, alsof het geen zin meer heeft om in dit lichaam te leven. Alsof het een omhulsel is, een omhulsel wat ik liever achter me laat, om verder te reizen. Om naar mijn broer toe te vliegen, die zoo ver buiten mijn bereik is. Maar ik weet dat de enige manier om weer bij hem te zijn, is als ook ik niet meer op deze wereld leef.
Tom was al tijden ongelukkig. Hij praatte niet meer, hij at niet meer, hij lag alleen nog maar in zijn bed. Alsof mijn broer, toen al dood was. Hij had op een gegeven moment een schaar uit de keukenla gepakt, en een voor een zijn dreads af geknipt. Het was alsof er een nieuwe Tom was. De oude vrolijke Tom, met de lange dreads, was er niet meer. Ik weet nog goed dat ik zijn kamer in liep, en hij voor zijn spiegel stond, zijn dreads vielen een voor een op de grond. Ik stond als verstijfd in de deuropening, Tom hoorde mij niet, of hij wílde mij niet horen. Ik was naar hem toe gelopen, had de schaar uit zijn handen gepakt, en had afgemaakt, waar hij mee begonnen was. Tom huilde, heel zachtjes. Net zoals ik deed, want we wisten allebei dat alles anders zou zijn. Het was alsof bij elke dread, er een stukje van Tom afbrak, er wéér een herinnering weg vaagde. Soms vraag ik me af, waarom ik Tom had geholpen de oude Tom te vermoorden. Maar ik wist dat hij het waardeerde, dat ik zijn gevoelens en gedachten respecteerde.
De dag dat Tom besloot zelfmoord te plegen, is een zwarte bladzijde uit mijn leven. Ik weet het nog precies te vertellen. Ik weet ook nog precies wat ik toen dacht, voelde en zei.
Ik kwam net terug van een band repetitie. Tom ging daar ook al niet meer heen. Georg probeerde toen Tom’s gitaar solo’s te spelen, zo goed en zo kwaad als dat ging. Ik draaide met mijn sleutel de deur van het slot. Ik liep naar binnen, het was donker, Tom had alle gordijnen dicht gedaan. Bang voor de werkelijkheid. Bang voor de confrontatie met het daglicht. Ik liep naar boven en wou even bij Tom gaan kijken, zoals ik dat altijd even deed. Ik klopte op zijn deur, er klonk geen zacht gekreun ten teken dat ik binnen mocht komen, zoals altijd. Ik duwde de deur open zodat hij op een kiertje stond. Ik keek de kamer in, en zag Tom zitten, zijn blik gevuld met meer leegte dan normaal. Hij had een mesje in zijn hand. Hij zette het stuk metaal op zijn pols, ik wilde hem tegenhouden, hem zeggen dat dít niet nodig was. Maar ik stond vastgeplakt aan de grond. Ik móest een stap zetten, om te zorgen dat Tom deze wereld niet zou verlaten. Maar ik kón het niet, ik was verstijfd door angst. Het metaal liet een wond na, het bloed stroomde eruit. Tom keek in mijn richting, zijn blik kruiste die van mij. Hij deed zijn mond open om iets te zeggen, maar het enige geluid dat eruit kwam was een zacht gerochel. Tom blies net zijn laatste adem uit. Ik kreeg het warm en koud tegelijk. Een rilling ging over mijn rug. Toen Tom’s lichaam op de grond viel, was het net alsof ik weer tot leven werd gewekt. Ik rende naar hem toe, fluisterde sussende woordjes in zijn oor. Het had allemaal geen zin meer, mijn broer was dood.
Ik heb nooit précies geweten waarom Tom het had gedaan. Ik had wel zo mijn ideeën, maar ik zal nooit weten of die kloppen of niet. En nu sta ik hier in de badkamer, het bloed stroomt uit de net door mij gesneden wond. Ik ga zachtjes met mijn handen over de wond, en denk aan de pijn die Tom gevoeld moest hebben. Ik pak de scherf, zet hem op mijn pols. Mijn een trillende beweging, trek ik het over mijn pols. Hetzelfde als Tom 2 weken terug had gedaan. Ik kijk naar de lege muur, waar net de spiegel nog hing. En ineens kijk ik recht in twee bruine ogen, afkomstig van Tom. Een vertrouwd gevoel overspoelt me. Nog even en dan ben ik bij hem. Het begint te draaien om me heen, ik val neer op de grond. Het is alsof ik boven mezelf uit stijg, ik zie mezelf op de grond liggen. Ik ga steeds hoger, dan word alles zwart. Ik ben weer bij mijn wederhelft. Het is goed zo.